Kamperen-Informatie

Gasinstallatie in de caravan

Richtlijnen en adviezen voor gasinstallaties in caravans

Het is helaas niet altijd duidelijk welke richtlijnen gelden voor gasinstallaties in caravans, voornamelijk omdat Nederlandse voertuigen volgens Europese normen worden gekeurd. Daar keuringsvoorschrijften, richtlijnen, directieven en wetgeving meestal niet tot het standaard interesseveld van de kampeerder behoort staan hieronder een aantal voorschriften/richtlijnen voor gasinstallaties (in caravans of campers).

  • Plaats de gasfles rechtopstaand en gefixeerd in een afgesloten, gasdichte ruimte. De voorkeur gaat uit naar een kast die uitsluitend vanaf de buitenzijde is te openen. Een disselbak is daar een goed voorbeeld van. De kast moet wel voldoende geventileerd zijn via de buitenkant en via de vloer. Gas is zwaarder dan lucht, daarom moeten de ventilatieroosters in de vloer altijd vrij blijven.
  • De beperkingen op het gebruik van LPG om te kamperen zijn meestal plaatselijk geregeld. Let hierop op de plaats waar je staat
  • In de ruimte waar de gasfles staat, mag geen open vuur aanwezig zijn, bijvoorbeeld een kachel, of elektrische apparatuur die voor een vonk kan zorgen. De gasfles zelf is meestal een grijs/groene fles van 5 tot 11 kilogram. De fles kan gevuld worden met propaan, butaan of een mengsel, zoals LPG (autogas).
  • Propaan is in ieder geval nodig voor kamperen in de winter. Dat blijft tot lagere temperaturen tot -42 °C een gasvorm. Butaan verdampt pas bij 4°C en is dus onder die temperatuur vloeibaar en dus niet te gebruiken.
  • Gasflessen moeten zoveel mogelijk uit de zon worden gehouden. De druk neemt bij hogere temperaturen sterk toe door het lage kookpunt van gas. Flessen zijn goed beveiligd tegen overdruk maar je moet het risico niet opzoeken.
  • Een hoofdkraan en een drukregelaar moeten aanwezig zijn. De hoofdkraan zit meestal op de fles zelf. Het is slim als alle verbruikers hetzelfde type “sproeier” hebben (dat is het spuitmondje bij de vlam. In dat geval is maar één drukregelaar nodig, meestal 30 of 50 millibar. Per verbruiker moet na de drukregelaar een gedegen afsluiter zijn aangebracht die zeker bij nieuwe wagens al standaard erin zit. De drukregelaar vervangt u ongeveer om de vijf jaar.
  • De hoofdkraan van de gasfles moet altijd gesloten zijn tijdens het rijden. De nodige verbindingen horen zoveel mogelijk uit vaste leidingen bestaan. Voor de aansluiting van de gasfles op de vaste leidingen kan een gasslang gebruikt worden. De slang heeft een korte levensduur en moet geregeld vervangen worden.

Laat werkzaamheden en controle aan de gasinstallatie over aan de vakman. Zelf kunt je wel met behulp van zeepsop het systeem controleren op eventuele lekkages, vooral bij de koppelingen. Dit is zoals je begrijpt niet onbelangrijk voor de veiligheid. Er zijn overigens ook gasmelders verkrijgbaar die ook werken tegen het veel gevreesde en in onze optiek overschatte gevaar van verdovingsgas..

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>